Spijsverteringsstelsel ziekten

Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel

Het spijsverteringskanaal wordt ook maagdarmkanaal genoemd. Het spijsverteringsstelsel bestaat uit een reeks holle organen. Tezamen kunnen zij vereenvoudigd voorgesteld worden als een holle buis of eigenlijk een lange, kronkelende slang, die loopt van de mond tot de endeldarm en anus, met als functie de opname en vertering van voeding en de afvoer van onverteerbare voedingsresten (zie afbeelding onderaan het artikel).



Het spijsverteringskanaal bestaat uit:

  • mond
  • slokdarm
  • maag
  • dunne darm
  • dikke darm
  • endeldarm en anus
  • galblaas
  • alvleesklier
  • lever

Normaal gesproken doet een maaltijd er ongeveer 24 tot 30 uur over om het gehele traject af te leggen. In de dikke darm en de endeldarm blijft het eten het langste aanwezig.

Mond

 De voedselverwerking begint in de mond, waar het met speeksel wordt vermengd. Het speeksel bevat stoffen (enzymen) die de verwerking van voedsel in gang zetten. Met je tanden vermaal je het voedsel tot een smeuïge massa die je gemakkelijk kunt doorslikken. Voor een goede spijsvertering is het aanbevolen op elke hap zo'n 40 keer te kauwen. Je kaken oefenen bij het kauwen een druk uit op je tanden van maar liefst 23 kilogram per vierkante centimeter.

Slokdarm

Daarna slik je het eten door en hierbij wordt de neusholte afgesloten door de huig en de luchtpijp door het strotklepje. Het voedsel komt via de keelholte in de slokdarm terecht. De slokdarm is een ongeveer 25 cm lange elastische buis met een doorsnee van 2,5 cm en fungeert als transportbuis van de keelholte naar de maag. De spieren in de slokdarm zorgen voor samentrekkingen of kneedbewegingen, waardoor het voedsel wordt voortgestuwd in de richting van de maag. Het transport van een spijsbrok door de slokdarm duurt ongeveer 10 seconden. De zwaartekracht speelt hierbij een ondergeschikte rol. Door de peristaltische bewegingen van de slokdarm, kun je in omgekeerde houding, dus met je hoofd naar beneden, eten en drinken.

Maag

Daarna bereikt de voeding de maag, welke te beschouwen is als een sterk verwijd gedeelte van het spijsverteringskanaal. Gemiddeld blijft het voedsel ongeveer twee uur lang in de maag, waar het voedsel verder wordt afgebroken door maagsap. Door peristaltische bewegingen wordt het eten gekneed tot een vloeibare spijsbrij. Overigens moet de maag ook beschouwd worden als tijdelijke opslagplaats van voedsel, zodat de dunne darm niet in één keer wordt overladen met voedsel maar steeds behapbare hoeveelheden te verwerken krijgt. Door spierbewegingen van de maag komt het deels verteerde voedsel bij de maagportier terecht, een kringspier die op dat ogenblik verslapt. De maaginhoud schuift op naar de twaalfvingerige darm, welke het begin vormt van de dunne darm. Zodra de brij voorbij de kringspier is, sluit deze zich weer af.



Dunne darm

De dunne darm heeft een lengte van ongeveer 9 meter en bestaat uit de twaalfvingerige darm, de nuchtere darm en de kronkeldarm. De dunne darm heeft drie functies:

  • het (voortzetten van het) verteringsproces;
  • de resorptie van het verteerde voedsel, d.w.z. de opname van de voedingsstoffen in bloed- en lymfevaten;
  • het transport naar de dikke darm van het onverteerbare en onverteerde voedsel.

Op het moment dat de zure spijsbrok in de 25 cm lange twaalfvingerige darm is geneutraliseerd door het natriumbicarbonaat, welke in grote hoeveelheden wordt geproduceerd door de alvleesklier, gaat de maagportier opnieuw open. Indien de pH van de zure voedselbrij die afkomstig is uit de maag niet zou worden geneutraliseerd, zou de rest van het maag-darmstelsel beschadigd raken. Voorts produceert de alvleesklier verteringsenzymen, die de vertering voortzetten. Naast pH-neutralisatie is de twaalfvingerige darm verantwoordelijk voor een deel van de vertering.

In de twaalfvingerige darm komt overigens niet alleen het afvoerkanaal van de alvleesklier uit, maar ook die van de galblaas. Dat gebeurt via een gemeenschappelijke opening, die 'de Papil van Vater' wordt genoemd. In de twaalfvingerige darm wordt het gal toegevoegd aan de  spijsbrok. De gal is afkomstig van de lever en de galblaas. Zodra er vetten in de twaalfvingerige darm komen, wordt er gal toegevoegd welke een emulgerende werking op de vetten heeft. Grotere vetdruppels worden verdeeld in een groot aantal kleinere druppeltjes.

De twaalfvingerige darm gaat over in het tweede gedeelte van de dunne darm, de zogeheten nuchtere darm, die ongeveer 2 meter lang is. De nuchtere darm gaat 
tenslotte over in de kronkeldarm, die ongeveer 3 meter beslaat. In de nuchtere darm en de kronkeldarm vindt een belangrijk deel van de vertering en opname van voedselbestanddelen plaats. Zo kan vitamine B12 alleen in de kronkeldarm worden opgenomen. De passage van het voedsel door het middelste en het laatste gedeelte van de dunne darm duurt circa 1 à 2 uren.

Dikke darm

Na het verteringsproces en de resorptie van voedingsstoffen in de dunne darm, komt het onverteerbare en onverteerde voedsel terecht in de dikke darm, die ongeveer 1,5 meter lang is. Het materiaal wordt verder ingedikt doordat er water aan wordt onttrokken. In de dikke darm leven een groot aantal bacteriën, die zorgen voor rottings- en gistingsprocessen. Er zijn tevens een aantal bacteriën die in staat zijn vitamine K te maken, welke een rol speelt bij de bloedstolling.

Endeldarm

Er wordt in de dikke darm ontlasting gevormd en via peristaltische bewegingen worden deze naar de endeldarm getransporteerd. Om en nabij een etmaal na de maaltijd, vult de endeldarm zich met ontlasting die afkomstig is van de maaltijd. Soms kan het ook ietsje langer duren.

Aandrang

Wanneer de endeldarm gevuld raakt, drukt de ontlasting steeds meer tegen de binnenste sluitspier van de anus aan. Door deze prikkeling begint deze sluitspier zich te ontspannen, waardoor de buitenste sluitspier zich juist strak aanspant. Dit wordt de 'onvrijwillige reflex' van de anus genoemd en het veroorzaakt een gevoel van aandrang om naar het toilet te gaan en de ontlasting uit te scheiden. De buitenste sluitspier kan je onder eigen invloed ontspannen wanneer je op het toilet zit.

Samenstelling van de ontlasting

De ontlasting bestaat voor ongeveer de helft uit water, slijm, onverteerbare voedselresten, afgestoten darmwandcellen, talloze bacteriën, zouten en galkleurstoffe, welke verantwoordelijk zijn voor de typische bruine kleur van ontlasting.

Geraadpleegde literatuur:

Afbeelding afkomstig van www.museumkennis.nl

 - C. Flens, S. Kollaard. Zorgboek obstipatie. Stichting september, eerste druk, december 2009.

- J.A.M. Baar, C.A. Bastiaansen, A.A.F. Jochems. Anatomie & fysiologie. Bohn Stafleu van Loghum, tweede druk, 2007.


 

Indeling

De categorie 'aandoening spijsverteringsstelsel' biedt een overzicht van artikelen over aandoeningen van het spijsverteringsstelsel:

  • Alvleesklieraandoening‎en
  • Darmaandoening‎en
  • Galblaasaandoening‎en
  • Leveraandoening‎en
  • Maagaandoening‎en
  • Mondaandoening‎en
  • Slokdarmaandoening‎en
  • Anale aandoeningen
  • Endeldarmaandoeningen