Risicofactoren hartaanval

Wat zijn de risicofactoren van een hartaanval?

Een risicofactor verhoogt de kans op een ziekte. Een voorbeeld is roken. Rokers hebben daardoor meer kan om een hartaanval te krijgen. Ook heb je meer kans op een hartaanval met het ouder worden. Sommige risicofactoren kun je beïnvloeden (dynamische risicofactoren), aan andere kun je niets veranderen (statische risicofactoren). Verder geldt dat risicofactoren elkaar versterken. Voor een ouder persoon die zijn hele leven heeft gerookt, is het extra risico van roken stukken groter dan voor een jong persoon. De formule is dan niet 1 + 1 = 2, maar 1 + 1 = 3. Aan je leeftijd kun je niets veranderen, maar dat je rookt bijvoorbeeld wel. En als je weet dat risicofactoren elkaar versterken, is het van belang om juist de dynamische risicofactoren op tijd aan te pakken. Des te minder risicofactoren, des te groter de kans op een goede gezondheid, ook als je ouder bent. We bespreken de risicofactoren naar rangorde van betekenis. De belangrijkste eerst en de minst belangrijkste als laatste.

 

Leeftijd

Als je ouder wordt, gaat het risico op een hartaanval omhoog. Meer dan 80% van de mensen die sterven aan hart-en vaatziekten zijn 65 jaar of ouder. En het zijn niet alleen mannen. In feite hebben oudere vrouwen die een hartaanval hebben gehad, meer kans om te sterven binnen een paar weken na de aanval dan oudere mannen die een hartaanval hebben gehad.

Voor je 35e levensjaar is de kans zeer klein dat je een hartinfarct krijgt. Tussen het 55e en het 65e levensjaar krijgen vooral mannen met hartziekten te maken. Het blijkt dat voor mannen in die leeftijd het risico op een hartinfarct maar liefst zes keer groter is dan voor vrouwen. Dit komt doordat vrouwen tot de overgang worden beschermd door het geslachtshormoon oestrogeen. Na de overgang is het risico voor mannen en voor vrouwen ongeveer gelijk.

Roken

Het risico op hart-en vaatziekten is twee tot vier keer zo hoog als je tabak rookt. Op drie manieren is roken slecht voor hart- en bloedvaten:

  1. Door tabaksrook vernauwen de slagaders. De stof 'nicotine' in tabaksrook zorgt ervoor dat er een tijdelijke vernauwing van de slagaders optreedt, als gevolg waarvan het risico op een afsluiting groter wordt. Indien een kransslagader raakt afgesloten, dan volgt er een hartinfarct.
  2. Door tabaksrook beschadigt de binnenkant van de slagaders. Hierdoor kan de slagaderwand plaatselijk beschadigen en ruw worden, waardoor cholesterol de kans krijgt zich te hechten. Roken veroorzaakt kortom 'atherosclerose', een opeenhoping van plaque in de bloedvaten, en het verhoogt het risico op bloedstolsels.
  3. Door tabaksrook verandert de samenstelling van het bloed. Roken beïnvloedt de verhouding van hdl en ldl in het bloed in ongunstige zin. HDL-cholesterol doet het cholesterolgehalte in het bloed dalen wat slagaderziekte tegengaat, terwijl LDL-cholesterol juist slagaderziekte in de hand werkt.

Alcohol

Beperkt alcoholgebruik, dat wil zeggen één glas per dag en niet alle dagen van de week drinken, verkleint het risico op een hartziekte doordat het de aanmaak van goed cholesterol (HDL) stimuleert. Bovendien klonteren de bloedplaatjes minder snel, waardoor er minder kans is op stolsels.

Overmatig alcoholgebruik is daarentegen slecht voor de gezondheid. Overmatig alcoholgebruik kan de spiercellen in het hart aantasten en leiden tot een ernstig verzwakte hartspier, een cardiomyopathie. Overmatig alcoholgebruik gaat vaak gepaard met slechte voedingsgewoontes doordat de behoefte aan vast voedsel afneemt. Er kan dan een tekort aan belangrijke stoffen ontstaan, zoals vitamine B1 en elektrolyten die belangrijk zijn voor het prikkelgeleidingssysteem. Dit kan aanleiding geven tot hartritmestoornissen. Voorts verhoogt alcohol het risico op hoge bloeddruk. Een continue hoge druk op de wand (hoge bloeddruk) kan slagaderverkalking of atherosclerose in de hand werken. En alcohol heeft een ongunstig effect op vetstoffen en LDL-cholesterol in het bloed.