Nierstenen risicofactoren

Wat zijn de risicofactoren van nierstenen?

Er zijn verschillende risicofactoren te onderscheiden voor het ontstaan van nierstenen. Sommige van deze factoren kun je beïnvloeden, maar sommige zijn onveranderbaar. Hieronder worden ze successievelijk besproken.



Risicofactoren die je kunt beïnvloeden

Dynamische -dat wil zeggen veranderbare- risicofactoren zijn:

  • De hoeveel vocht dat je drinkt. De meest voorkomende oorzaak van nierstenen is niet genoeg water drinken. Probeer om genoeg water te drinken, zodat je urine lichtgeel of zo helder als water is. De kans op nierstenen is kleiner als je voldoende drinkt: volwassenen ten minste 1,5 liter per dag. Dat is omgerekend ongeveer 8 tot 10 glazen water per dag.
  • Je voeding. Voeding met veel dierlijke eiwitten, natrium, en oxalaatrijke voedingsmiddelen, zoals donkergroene groenten, verhogen het risico op nierstenen. Bij oxalaatrijke voedingsmiddelen kun je denken aan spinazie, rabarber, bieten, asperges, noten, chocolade, thee, aardbeien en tarwezemelen. Als je vermoedt dat uw voedingspatroon bijdraagt aan het ontstaan van nierstenen, dan kun je (via de huisarts) een afspraak maken met een diëtist om uw voedingspatroon onder de loep te nemen.
  • Overgewicht. Dit kan insulineresistentie veroorzaken, maar ook zorgen voor een verhoogd calciumgehalte in de urine. Beide factoren kunnen leiden tot een groter risico voor nierstenen.
  • Medicijngebruik. Sommige geneesmiddelen, zoals acetazolamide (Diamox) en indinavir (Crixivan), kunnen leiden tot de vorming van nierstenen. Artsen schrijven acetazolamide voor bij een verhoogde oogboldruk (glaucoom), vasthouden van vocht (oedeem), hoogteziekte, epilepsie en slaap-apneu (stokken van de adem tijdens de slaap). Dit middel kan in een enkel geval zorgen voor nierstenen en gruis of bloed in de urine. Raadpleeg je arts, vooral bij pijn bovenin de rug en bij pijn tijdens plassen. Indinavir is een virusremmer. Het remt specifiek de groei van het virus dat hiv veroorzaakt. Artsen schrijven het voor bij hiv en aids.


Risicofactoren die je niet kunt beïnvloeden

Statische -dat wil zeggen onveranderbare- risicofactoren zijn:

  • Leeftijd en geslacht. Nierstenen komen beduidend vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en treden het vaakst op tussen het 30e en 50e levensjaar.
  • Het gebruik van oestrogenen door gezonde postmenopauzale vrouwen verhoogt het risico op nierstenen.
  • Nierstenen kunnen erfelijk zijn. Van mensen die nierstenen vormen, weten we dat ze vaak familieleden hebben die ook eens een niersteen hebben gehad.
  • Frequente infecties van de urinewegen in de medische voorgeschiedenis.
  • Andere ziekten of aandoeningen, zoals de ziekte van Crohn, hyperparathyroïdie (een overactieve parathyroide of bijschildklier) of jicht.
  • Intestinale chirurgie of gastric bypass (een operatie waarbij de maag wordt verkleind en het spijsverteringskanaal wordt omgelegd).
  • Insulineresistentie, wat kan optreden als gevolg van diabetes (suikerziekte) of obesitas.


Geschreven door